Rond de Taj Mahal
Na het bezoek aan de Taj Mahal en alle foto’s die moesten worden genomen, komen we terecht in de woonwijk rond de Taj. We lopen wat en komen uit op een prachtig pleintje. De wijk bestaat uit woningen van moslims en Hindoestanen. Dat is niet verwonderlijk want dit land bestaat uit moslims en Hindoestanen. Voornamelijk Hindoestanen uiteraard want de moslims zitten sinds eind jaren veertig voor het merendeel in Pakistan en Bangladesh. Maar in de buurt van dit grote moslimwereldwonder, de Taj Mahal , wonen vanzelfsprekend ook moslims. Op straat spelen prachtige kinderen tussen kamelen, ossen , ezels en kaalgevreten honden. Ze willen allemaal graag op de foto en ik wil ze graag fotograferen. Natuurlijk, ik vervloek ze ook, die toeristen die het mooist kinderplaatje wil maken maar bij mij ligt dat heel anders. Ik heb een andere reden deze kinderen te fotograferen. Het liefst zie je schoonheid van het kind door de armoede heen. Die glinsterende levende bruine ogen moeten hoop geven. De armoede lijkt ondergeschikt aan de schoonheid. Verbeelding van het ongerepte kinderbestaan. Ik lul mezelf wel in een rol zodat ik die foto’s kan verantwoorden. Thuisgekomen heb ik wel iets eters bedacht.
Kortom in dit wijkje schiet het tweede rolletje van de dag vol. Dat betekent tegelijk dat ik te weinig rolletjes mee heb genomen. Moet ik naar die handelaartjes en dnam maar afwachten of die rolletjes goed zijn.
Achter deuren die op een kier staan verschijnen voorzichtig de jonge vrouwen van de wijk. Op een tersluikse beweging van mij met mijn telelens in de aanslag worden ze naar binnen gedrild. De kinderen spelen op een prehistorisch draairad. Normaal zou je reuze rad zeggen maar dit is geen reuzenrad die is eerder een dwergenrad. Hij wordt in beweging gebracht door een man die aan een wiel draait. Zoals bij ons en draaiorgel draaiende wordt gehouden. De contacten met de plaatselijke bevolking verloopt hier stroef. Pas als we ergens zitten om iets te drinken komen we in gesprek met een Hindoestaan die ons aanbiedt, ons de volgende dag naar Fathepur Sikri te brengen. We spreken af en lopen dan terug naar het hotel om te eten en te slapen.
Het eten wordt koloniaal bediend en is lekker. Het slapen verloopt weer moeizaam.
Ik ben nog steeds niet gewend aan de temperatuur en de vochtigheid in dit land en doe meestal de dag in mijn bed over. Mijn goeie moeder zou zeggen, “ poep je niet dan rust je wel. “
|