Jammu Machid
Het volgende bezoekje betreft de Jamu Machid. Een enorme moskee zo blijkt. Tot nu toe heb ik nog niet zoveel moskees van binnen gezien. Kortom ik ben klaar voor alweer een nieuwe ervaring. Op weg erheen heb ik alweer een fotorolletje volgeschoten, dat gaat lekker. Als ik thuis ben moet ik maar even kijken hoe ik de ontwikkelingskosten ga betalen. We lopen over een brug. Op die brug valt nogal wat te zien. Slapende bedelaars, bedelende bedelaars, liggende bedelaars, strompelende bedelaars, bedelaars zonder benen op een plank met wieltjes maar ook op en plan zonder wieltjes en gewoon Sikhs, Hindoes en natuurlijk Moslims. We zijn dicht in de buurt van de moskee.
Verder zien we daar de onvermijdbare fietsrickshaws die tegen de brug proberen op te komen, verkopers van vreemde artikelen, zoals zwepen en slangenwijn, dwergen, slangenbezweerders en natuurlijk wij, in een geurenpalet van urine, poep en kruidenlucht. Ik begin er al een beetje aan te wennen. Soms durf ik zelfs mijn neus open te houden. Ik neem ook steeds meer op, durf te kijken naar beelden waar ik gisteren mijn hoofd nog voor wegdraaide. Daar is de moskee. We besluiten eerst even iets te gaan eten. Gelukkig staat er in “ the kit “ een goed restaurant beschreven. “ The kit “ is onze Bijbel en ik kijk er zoveel in dat nu al hele passages uit mijn hoofd ken. Honger slaat je lam en maakt je samen met de hitte en de vochtigheid tot een schaduw van jezelf. Richting restaurant komen we op straat een tandarts tegen. Zijn spulletjes mooi uitgestald op wat eens een witte doek was. Ik voel opeens wat aan mijn kies maar ik heb toch niet zo’n zin of er even naar te laten kijken. In het restaurant is het gevoel weg. Opluchting maakt zich van me meester.
Na het eten trekken we richting moskee. Schoenen uit en hopen dat ze er nog staan als we terugkomen. Binnen overvalt de rust me. De chaos van de stad valt hier even weg. Allah bedankt, hoor ik Peter naast me zingen en even later zing ik mee. Esther zingt de tweede stem. Mede hierdoor worden waarschijnlijk we door een aantal moslims aangestaard. Veel toeristen zie je hier ook niet. Eigenlijk zijn we de enige zie ik nu. Peter en ik besluiten dat we de minaret gaan beklimmen, Esther blijft beneden en wordt al snel zelf een bezienswaardigheid. Boven op de minaret zitten een aantal jongens hand in hand. Een veel voorkomend straatbeeld hier in Delhi. Vriendschap die verder gaat dan alleen maar een hand geven, ze houden hem hier een tijdje vast. Voor de rest biedt de moskee niet echt veel. Rust en reinheid zoals de meeste geloven aan de oppervlakte bieden. Rond Esther heeft zich inmiddels een flinke menigte verzameld zien, we als we naar beneden kijken. Peter en ik besluiten daarom om niet hand in hand te gaan zitten maar om terug te gaan. Esther is redelijk blij dat al we terug zijn. We banen ons een weg door de volgelingen van Allah en staan na wat hoofdknikjes links en rechts buiten de poort. Na een wandeling vol aanbiedingen van onze vrienden met de fietstaxi’s komen we gesloopt in ons hotel aan. Niks gedaan en toch kapot. Eten en slapen want morgen nemen we om zeven uur de trein naar Agra. De Taj Mahal wacht op ons.
Om een lang verhaal kort te maken, het was een geweldige reis met veel hapjes en veel drankjes, een geslaagd optreden, een leuk gesprek met de ambassadeur, een fijne logeerpartij bij de RABO-bank directeur Jakarta, die ons legio nieuwe uitdrukkingen leerde, uitstapjes naar theetuinen, een botanisch park, een bezoek aan de Nederlandse school, wat cruisen in het nachtleven van Jakarta. Aandacht van Indonesische schonen van lichte zeden, maar toch alle aandacht telt, een geslaagd uitstapje naar Balie, witte palmstranden, huizenhoge golven, massage, Red snapper, whiskas,( bij ons whiskey ), Sawa's met honderden kleuren groen, kortom alles wat zo'n werkbezoekje tot een hoogtepunt van het seizoen maakt. Maar natuurlijk waren we blij toen we naar huis gingen, alwaar we op een volgestroomd Schiphol tassen vol met souvenirs konden overhandigen aan geliefden en vrienden. Alweer een ervaring rijker en vooral de verzuchting, " Jongens, was het allemaal nog maar van ons. " |